WERKGEVERS MAKEN ZICH ZORGEN OM OUDERE WERKNEMERS

In 2006 werd de vervroegde uittreding (vut) en prepensioen afgeschaft. Vanaf deze afschaffing tot aan 2016 steeg de gemiddelde pensioenleeftijd van 60,8 jaar naar 64,4 jaar. Werkgevers worden meer geconfronteerd met steeds oudere werknemers. De gevolgen hiervan zijn stijgende arbeidskosten en dalende productiviteit. Onderzoek van demografisch instituut Nidi toont dat een groeiende groep werkgevers maatregelen neemt in de vorm van ‘ouderenbeleid’.

Bron: FD – Nidi Werkgeversenquêtes
Ouderenbeleid
Werkgevers zetten flexibele werktijden en extra vrije dagen in. Op deze manier proberen zij oudere personeelsleden duurzaam inzetbaar te houden. Het onderzoek van Nidi laat zien dat in 2017 minder gebruikgemaakt werd van deeltijdpensioen in vergelijking met 2009. Onderzoekers van Nidi vinden dit opvallend omdat in het publieke debat deze maatregel als oplossing wordt gezien voor de zogenoemde ‘vergrijzing’. De zorgen van werkgevers over oudere werknemers zitten vooral in de gezondheidsklachten. De sector ‘industrie’ maakt zich hierover de meeste zorgen gevolgd door de sector ‘diensten’ volgens Nidi. Ook is één van de zorgen van werknemers dat het langer doorwerken van oudere werknemers zorgt voor gebrek aan instroom van jongeren.
AOW-leeftijd
De toename van steeds oudere werknemers is niet alleen te wijten aan de verdwijning van vut en prepensioen, maar ook door de verhoging van de AOW-leeftijd. Vanaf 2012 wordt de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd. Cijfers van het CBS tonen dat het aandeel werknemers dat na hun 65ste stopt met werken sinds 2006 is gestegen van 20% naar 62%.

Bron: FD – Nidi Werkgeversenquêtes
Bron: FD, 23 januari 2018.

algemeen, voor de werknemer

Geef een reactie